Les Voortgang
0% Voltooid

Een verzekeringsmaatschappij is een bedrijf dat tegen betaling financiële risico’s afdekt.

De meeste mensen hebben in hun leven behoefte aan een bepaalde mate van financiële zekerheid. Ze willen zichzelf, en eventueel hun gezin, beschermen tegen de financiële gevolgen van gebeurtenissen die zich kunnen voordoen. Het kan zijn dat iemand te maken krijgt met een schade (bijvoorbeeld als gevolg van een brand) waarna hij plotseling een geldbedrag nodig heeft, of iemand wil een geldbedrag hebben op een bepaald moment in zijn leven (bijvoorbeeld als de partner komt te overlijden of als iemand eerder gaat stoppen met werken). Verzekeraars spelen hierbij een belangrijke rol. Overigens bieden veel verzekeraars behalve verzekeringsproducten ook bancaire producten aan, zoals bijvoorbeeld leen- en spaarproducten. Verzekeraars kennen over het algemeen de volgende activiteiten:

  1. Het afdekken van risico’s
    De verzekeraar verschaft zoals gezegd mensen financiële zekerheid door het overnemen van hun risico’s. Mensen betalen een bedrag aan een verzekeraar en krijgen daar zekerheid voor terug. De verzekeraar beheert het betaalde geld en keert een bedrag uit in geval van schade, diefstal, overlijden en dergelijke.
  1. Transformatie
    Omdat verzekeraars premies ontvangen voor het overnemen van risico’s ontvangen zij van alle klanten tezamen grote bedragen. Het geld dat in de vorm van premies is aangetrokken, wordt door verzekeraars op de vermogensmarkt uitgezet. Verzekeraars beleggen onder meer in aandelen en onroerend goed. Verzekeraars verstrekken ook hypothecaire leningen. Transformatie is voor verzekeraars een afgeleide functie van de kernactiviteit (het afdekken van risico’s). Verzekeraars en pensioenfondsen zijn uit hoofde van de afgeleide transformatiefunctie institutionele beleggers.

Risico’s voor verzekeraars

Voor verzekeraars zijn er twee belangrijke risico’s die samenhangen met de eerder genoemde activiteiten:

  1. Het risico dat er minder premies zijn ontvangen dan dat is uitgekeerd.
    Het is uiteraard van belang dat een verzekeraar kan uitkeren in geval van schade zonder zelf in financiële problemen te komen. Een verzekeraar moet de risico’s dus goed inschatten. Het kan voorkomen dat een verzekeraar het risico van een bepaalde verzekering te groot vindt. Een oplossing voor zo’n geval is risicospreiding. Een verzekeraar besluit dan om het risico niet alleen te dragen. Er zijn verschillende mogelijkheden om tot risicospreiding over te gaan:

Co-assurantie
Bij co-assurantie neemt een aantal verzekeraars een percentage van de verzekering voor zijn rekening. Iedere verzekeraar tekent dan voor een stukje van de verzekeringsdekking. Dit gebeurt vaak als het verzekerde bedrag erg hoog is. Co-assurantie komt meestal op de zogenaamde verzekeringsbeurs tot stand.

Pool
Ook bij de vorming van een zogenaamde ‘pool’, een zelfstandige verzekeringsmaatschappij, wordt het risico gespreid over meerdere verzekeraars. Er wordt een pool gevormd bij zeer specifieke risico’s waarbij de gevolgen van een eventuele schade zeer omvangrijk kunnen zijn. Voorbeelden van een pool zijn de Nederlandse Atoompool (onder meer het verzekeren van bedrijven die een kernreactor hebben) en de Nederlandse Milieupool (verzekering van milieuschade). Of De Vereende, de pool voor zware risico’s van motorrijtuigen of brand. Het verlies of de winst uit de verzekeringen in de pool wordt verdeeld over de deelnemende verzekeraars.

Herverzekeren
Een vorm van risicospreiding die ook veel voorkomt, is herverzekeren. Hierbij verzekert de verzekeraar een deel van het risico bij andere verzekeraars. De risico’s kunnen ook worden ondergebracht bij speciale ‘herverzekeraars’, die internationaal opereren.

  1. Het beleggingsrisico
    Zoals genoemd zijn verzekeraars institutionele beleggers. Om aan de verplichtingen jegens de verzekerden te kunnen voldoen, worden de premie-inkomsten belegd. Dit beleggen gebeurt natuurlijk met het doel het vermogen te laten groeien, maar er is een risico aan verbonden. Als een verzekeraar bijvoorbeeld de premie-inkomsten heeft gebruikt om aandelen te kopen, kunnen deze aandelen na verloop van tijd in waarde dalen. Bij verkoop van de aandelen heeft een verzekeraar in dat geval verlies geleden.

De verzekeringsbranche

De meeste verzekeraars bieden allerlei soorten verzekeringen aan. Verzekeraars zijn volgens de wet verplicht om hun schade- en levenactiviteiten in verschillende bedrijven onder te brengen. Dit heeft de wetgever zo bepaald, omdat er een risico is dat een schadeverzekeraar failliet kan gaan door bijvoorbeeld onverwacht veel schade-uitkeringen. In dat geval mogen de uitkeringen uit levensverzekeringen (bijvoorbeeld pensioenen) niet in gevaar komen. De splitsing van de activiteiten van een verzekeraar in verschillende bedrijven dient ter bescherming van de consument. Verzekeraars hanteren verschillende manieren om de activiteiten te scheiden.

Markgerichte benadering
De interne organisatie van verzekeraars kan op verschillende manieren zijn ingevuld. Bij een marktgerichte benadering is er een indeling naar klantsegmenten. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een afdeling Particulieren, een afdeling waar men het Midden- en Kleinbedrijf bedient en een afdeling waar de Corporate Clients (het grootbedrijf) terecht kunnen.

Productgerichte benadering
Bij een productgerichte benadering zijn er afdelingen per productsoort, bijvoorbeeld een afdeling voor pensioen, een afdeling voor rechtsbijstandverzekeringen, etcetera.

Organistatievormen verzekeraars

Verzekeraars hebben meestal één van de volgende juridische rechtsvormen:

Naamloze vennootschap (NV)
Een NV is een onderneming waarvan het aandelenkapitaal is verdeeld in aandelen. De aandelen van een NV hoeven niet op naam te staan, maar dat mag wel. De NV kan aandelenbewijzen uitgeven die verhandelbaar zijn op de beurs.

Onderlinge waarborgmaatschappij
Een onderlinge waarborgmaatschappij is, anders dan een naamloze vennootschap, niet gericht op het behalen van winst. Dit betekent dat het totaal aan premie-inkomsten en beleggingsopbrengsten gelijk dient te zijn aan de uitkeringen aan de klanten en de kosten van het bedrijf. De verzekeringnemers zijn, in tegenstelling tot bij een NV, lid van de onderlinge waarborgmaatschappij (ook wel ‘onderlinge’ genoemd).

Lloyd’s of London
Een uitzondering op bovenstaande organisatievormen is Lloyd’s of London. Deze verzekeraar bestaat uit een aantal syndicates en mag alleen risico’s op het gebied van schadeverzekeringen sluiten. Via brokers kunnen risico’s ter acceptatie aangeboden worden. Elk syndicaat is gespecialiseerd in een bepaalde doelgroep of bepaalde te verzekeren objecten. De members van Lloyd’s, dit zijn zowel individuele leden (Names) als bedrijven (Corporate members), accepteren de aangeboden risico’s voor hun eigen rekening en risico via de syndicates.

Verzekeringsdviseurs

Verzekeraars die met verzekeringsadviseurs of bemiddelaars samenwerken, worden intermediair maatschappijen of intermediairverzekeraars genoemd. Er is een aantal bijzondere intermediairs/adviseurs dat met een verzekeraar samenwerkt:

  • Captive
    Als een verzekeraar een meerderheidsbelang heeft in het bedrijf van de adviseur of bemiddelaar (de verzekeraar is mede-eigenaar), dan wordt deze tussenpersoon ook wel een captive genoemd. Maar een captive is ook een verzekeraar waar de moedermaatschappij houdster is van de aandelen van de betreffende verzekeraar. Veel multinationals hebben hun eigen verzekeringsmaatschappij (captive).
  • Loondienstadviseur
    Als een adviseur in loondienst is bij een verzekeraar dan wordt hij ook wel loondienstagent of loondienstadviseur genoemd.
  • Gevolmachtigd agent
    Een gevolmachtigd agent heeft een volmacht van de verzekeraar gekregen om een deel van het werk van de verzekeraar uit te voeren. Een gevolmachtigd agent kan een volmacht hebben om polissen te verstrekken, schades te behandelen en premies te incasseren.

Adfiz
Adfiz is een vereniging voor verzekeringsadviseurs, die de belangen van haar leden behartigt in de markt en hen ondersteunt in de dienstverlening. Doordat er bepaalde kwaliteitseisen aan de leden worden gesteld, dient het lidmaatschap van de vereniging tevens als keurmerk.

Het Verbond van Verzekeraars

Het overgrote deel van de verzekeraars in Nederland heeft zich verenigd in het Verbond van Verzekeraars. De leden van het Verbond vertegenwoordigen samen meer dan 95% van de markt. Het Verbond is een onafhankelijke vereniging die wordt bestuurd en betaald door de leden.
Het Verbond heeft de volgende taken:

  • Het vertegenwoordigen van de leden naar de buitenwereld (het Verbond treedt op als gesprekspartner voor de politiek, overheid en andere organisaties);
  • Het bevorderen van het imago van de bedrijfstak;
  • Het bieden van een platform voor leden (bijeenkomsten en themadagen over actuele onderwerpen).

Protocol Verzekeraars & Criminaliteit (Fraudeprotocol)
De gehele financiële dienstverlening, dus ook de verzekeringsbranche, is gevoelig voor fraude. Om fraude te voorkomen respectievelijk te bestrijden, heeft het Verbond van Verzekeraars de richtlijn ‘Protocol Verzekeraars & Criminaliteit’ uitgegeven. Het Protocol heeft betrekking op alle als (poging tot) fraude aan te merken handelingen bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten gepleegd door alle betrokken partijen. Dit zijn ondere andere de verzekeringnemer, de begunstigde, de tussenpersoon, de gevolmachtigd agent, maar ook de medewerkers van de verzekeraar zelf. Fraude of een poging daartoe kan tot gevolg hebben dat het recht op een uitkering wordt beperkt of komt te vervallen. In het laatste geval wordt de verzekeringsovereenkomst beëindigd. Er wordt aangifte gedaan van fraude (of een poging daartoe) bij het Openbaar Ministerie.

Fraude kan voorkomen en bestreden worden, bijvoorbeeld op het moment dat een verzekering aangevraagd wordt en op het moment dat er een uitkering gevraagd wordt. Het Verbond van Verzekeraars heeft om ‘Fraude’ eerder te kunnen ontdekken een boekje uitgegeven met ‘Fraude-indicatoren’. Dit boekje wordt door verzekeraars, tussenpersonen en experts gebruikt bij het acceptatieproces of bij een schademelding.

Er zijn inmiddels vele technieken en systemen ontwikkeld die voor fraudebestrijding kunnen worden ingezet. Fraudebestrijding is belangrijk: als fraude bij verzekeringen niet voldoende bestreden wordt, betaalt de grote groep nette (op tijd betalende en niet-frauderende) verzekerden hiervoor. Zij worden dan geconfronteerd met hogere premies die het gevolg zijn van de toenemende schadelast door onterecht betaalde uitkeringen.

Verzekeraars werken met elkaar samen als het gaat om fraudepreventie en fraudebeperking. Zo hebben de verzekeraars een extern informatiesysteem met gegevens van bedrijven en consumenten: het Fraude Informatie Systeem Holland (FISH). In dit gegevensbestand zijn meldingen opgenomen van verzekeraars en gevolmachtigden over onder meer fraude en worden alle (opvallende) schade gemeld. De gegevens in FISH worden dagelijks aangevuld en onderhouden. Een verzekeraar mag gebruik maken van FISH, mits de verzekeraar zelf ook informatie aanlevert voor de database.

Alleen verzekeraars en gevolmachtigd agenten hebben toegang tot FISH

Algemene verordening gegevensbescherming

Bescherming van de privacy vereist steeds meer aandacht. Wet en regelgeving op dit gebied ontwikkelt zich snel.

Vanaf 25 mei 2018 is de nieuwe Europese Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. De AVG vervangt de Nederlandse Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp). Ze vloeit voort uit de Europese richtlijn General Data Protection Regulation (GDPR). De AVG grijpt flink in. Zo verplicht deze wet alle overheidsinstellingen en organisaties die te maken hebben met extra privacygevoelige activiteiten om een Data Protection Officer (DPO) aan te stellen.

Ook een adviseur Schade particulier moet zich realiseren dat hij omgaat met privacy gevoelige informatie.

Grote impact
De impact van de nieuwe richtlijn is groot. Bedrijven en organisaties moeten zich nadrukkelijk bekommeren om de bescherming van persoonsgegevens. Er geldt op dit vlak een verantwoordingsplicht en die houdt in dat bedrijven moeten kunnen aantonen dat zich aan de wet houden. Kunnen ze dat niet aantonen? Dan riskeren ze een boete van € 20 miljoen of 4% van de wereldwijde omzet.

Eisen aan organisaties
De versterking van de privacyrechten vanuit de AVG betekent concreet dat een organisatie: niet meer persoonsgegevens mag opvragen dan ze nodig heeft om te kunnen doen wat ze moet doen;

  • de persoonsgegevens niet langer mag bewaren dan strikt noodzakelijk is;
  • de persoonsgegevens niet mag doorsturen naar andere partijen, als dit niet noodzakelijk is;
  • de persoonsgegevens niet mag gebruiken voor andere doeleinden dan het oorspronkelijke doel;
  • de klant duidelijk moet kunnen maken hoe zijn gegevens worden verwerkt en (eventueel) aan wie de gegevens worden doorgegeven (transparantieplicht);
  • duidelijk moet kunnen aangeven waarom bepaalde informatie nodig is.

Rechten voor de consument
Met de inwerking treden van de AVG krijgt de consument meer rechten. Die rechten zijn:

  • het recht op inzage van zijn persoonsgegevens.
  • het recht op dataportabiliteit.
  • Dataportabiliteit = overdraagbaarheid van persoonsgegevens. Dit houdt in dat mensen het recht hebben om de persoonsgegevens te ontvangen die een organisatie van hen heeft. Op die manier kunnen zij hun gegevens bijvoorbeeld makkelijk doorgeven aan een andere leverancier van dezelfde soort dienst. Ook kan de klant aan de organisatie vragen om de gegevens rechtstreeks over te dragen aan een andere organisatie.
  • het recht op vergetelheid
  • het recht op rectificatie en aanvulling
  • Als iemand de juistheid van de gegevens betwist, dan moet de organisatie op verzoek van de klant de verwerking van die persoonsgegevens meteen stoppen en eventueel verbeteren of verwijderen.
  • het recht om bezwaar te maken tegen de gegevensverwerking.

Tot slot rust er ter verdere bescherming van de consument op organisaties een toestemmingsvereiste. Op grond van dit vereiste moeten organisaties kunnen aantonen dat zij toestemming hebben voor het verwerken van de persoonsgegevens. De klant heeft altijd recht om die toestemming eenvoudig in te trekken.

Met de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn organisaties geconfronteerd met nog een aantal eisen en beperkingen rond gegevensbescherming. Zo dienen organisaties:

  • binnen 72 uur melding te maken van een data-hack;
  • bij het ontwikkelen van nieuwe producten vast te stellen wat de impact van het nieuwe product is op het gegevensgebruik;
  • meer vast te leggen met betrekking tot de gegevens zij verwerken en aan te geven waarom zij dit doen;
  • een Data Protection Officer aan te stellen. Deze functionaris kan onafhankelijk onderzoek doen naar het gebruik van persoonsgegevens bij de organisatie.

Europese datatoezichthouder
De Europese datatoezichthouders, de zogeheten Working Party 29, voorzien de lidstaten van richtlijnen. Er is nog veel niet uitgekristalliseerd. Jurisprudentie (uitleg van de rechters op de wet) zal ook meer duidelijkheid moeten scheppen.