
Zo haal je je Klein Vaarbewijs I
Het theorie-examen voor het Klein Vaarbewijs I doe je bij het CBR op de computer: 40 vragen in 60 minuten, en je slaagt met 56 van de 80 punten. De vragen gaan over wettelijke bepalingen, motor en veiligheid, waterwegen en weer, en varen en manoeuvreren. Je bereidt je het best voor door volledige examens te oefenen met uitleg per vraag en een analyse van je fouten.
Goed
4.1 · 1.117 recensies
Tien complete examens, van voorrang tot weerkunde
Met deze training maak je het theorie-examen tien keer van begin tot eind, met in totaal 400 examenvragen op basis van de officiële toetstermen van het CBR. Elk proefexamen voor Vaarbewijs 1 bestrijkt de hele stof, van wie er voorrang heeft bij een engte tot de schaal van Beaufort.
De training is gemaakt voor iedereen die zelf leert en wil weten of de stof echt blijft hangen. Je hebt direct toegang voor € 19,95, en het abonnement loopt door tot je opzegt.
Tien sets van 40
Elke set heeft een slaaggrens van 70%, dus na iedere ronde weet je meteen of je op examenniveau zit.
Oefen- of examenmodus
Per set kies je: rustig doorwerken zonder klok, of dezelfde tijdsdruk als op de examendag.
Uitleg bij elke vraag
Na het nakijken zie je het juiste antwoord en lees je waarom het klopt, ook bij de vragen die je goed had.
Foutenanalyse per onderwerp
Je ziet waar je punten verliest en krijgt een extra oefentraining op precies die zwakke onderwerpen.
Een AI-docent
Snap je een regel niet, stel dan je eigen vraag. De AI-docent antwoordt op basis van de wetten en officiële bronnen van het examen.
Overal verder leren
Je oefent op elk apparaat en hervat een set waar je gebleven was. Je dashboard toont je voortgang en je sterke en zwakke onderwerpen.
Zo zijn de vragen verdeeld, van Scheepvaartverkeerswet tot weer
De vragen komen uit vier hoofdonderwerpen, en de wettelijke bepalingen nemen bijna de helft voor hun rekening. Daaronder vallen de Scheepvaartverkeerswet, de Binnenvaartwet, het Binnenvaartbesluit, het Wetboek van Koophandel, het Binnenvaartpolitiereglement en het Rijnvaartpolitiereglement 1995. Van reglementen als het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 en het Scheepvaartreglement Eemsmonding moet je vooral weten waar ze gelden.
Het CBR stelt de vragen op drie niveaus: kennis, begrip en toepassing. Bij lichten, dagtekens en vaarregels uit het BPR zit je op het hoogste niveau. Je moet een regel dan gebruiken in een situatie op een plaatje, en juist die voorrangsvragen leveren vaak de meeste punten op.
De exameneisen gelden in deze vorm sinds 1 januari 2020. In de foutenanalyse van de training zie je per onderwerp hoeveel punten je laat liggen, zodat je je leertijd verdeelt zoals het examen zelf zijn punten verdeelt.
Lastige vragen uit het Binnenvaartpolitiereglement herkennen
De vragen die de meeste punten kosten, gaan over toepassen: je ziet een situatie en moet bepalen wie voorrang heeft of welke lichten een schip voert.
Vaak lijken twee antwoorden allebei te kloppen. Het verschil zit in één detail, zoals of een schip klein of groot is, of het zeilt of op de motor vaart en of het op een hoofdvaarwater zit. Wie de regels alleen heeft gelezen, kiest dan makkelijk het antwoord dat bijna goed is.
In de training krijg je zulke situaties steeds in een andere vorm. Na het nakijken lees je bij elke vraag waarom het ene antwoord klopt en het andere net niet. Snap je een regel nog niet, vraag het dan aan de AI-docent. Dit soort situaties komt bijvoorbeeld terug.
- Een snel schip moet volgens het BPR voorrang verlenen aan andere schepen. De vraag is dan of dat onder alle omstandigheden geldt, en daar zit de valkuil.
- Een klein motorschip en een klein zeilschip naderen elkaar bij een engte waar gelijktijdige doorvaart niet kan. Je moet alle gegevens uit de vraag meewegen, ook de stroom en de boeg waarover de zeiler zeilt.
- Het ene schip zit aan de grond, het andere drijft met motorpech. Of ze volgens hoofdstuk 7 van het BPR stilliggen, is minder vanzelfsprekend dan het lijkt.
- Je vaart van de Maas via de Waal naar de Linge en moet aangeven waar het BPR geldt en waar het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
Tip: Kijk bij elke voorrangsvraag eerst of de schepen klein of groot zijn. Dat ene woord verandert vaak het juiste antwoord.
Rekenvragen over waterkaarten, diepten en brughoogten
Oefenen met uitleg werkt sneller dan alleen lezen, omdat je pas bij een vraag merkt of je een regel echt kunt gebruiken. De rekenvragen laten dat goed zien.
Je moet peilschalen en hoogteschalen kunnen aflezen en de vaarwegdiepte of brughoogte uitrekenen, met het NAP en andere vergelijkingsvlakken als uitgangspunt. Het CBR zet een rekenmachine voor je klaar, maar die helpt niet als je van het verkeerde peil uitgaat. Rijkswaterstaat adviseert schippers bovendien om bij een peilschaal onder een brug altijd te rekenen alsof er geen schrikhoogte in zit, omdat dat nog per locatie verschilt.
Reken je in de training iets verkeerd uit, dan zie je meteen de juiste uitwerking. De foutenanalyse laat na elke set per onderwerp zien waar je punten verliest en zet een extra oefentraining klaar op juist die onderwerpen. Je besteedt je tijd dus aan wat nog niet zit, in plaats van het hele boek opnieuw door te nemen.
De vragen worden gecontroleerd en bijgewerkt op de actuele wet- en regelgeving en de officiële toetstermen. Wat je oefent, sluit aan op wat het CBR nu vraagt. Begin met een eerste set en kijk waar de meeste punten weglekken.
In vier stappen klaar voor het Klein Vaarbewijs I
Je begint direct na aanmelding, op je laptop, tablet of telefoon. Wil je eerst zien hoe de vragen eruitzien? Maak dan een gratis oefenexamen voor je vaarbewijs.
- 1Eerste set in oefenmodusWerk de eerste set zonder tijdsdruk door. Lees bij elke fout de uitleg, ook als je zeker wist dat je het goed had.
- 2Zwakke onderwerpen aanpakkenBekijk je foutenanalyse en maak de extra oefentraining op de onderwerpen waar je punten verloor. Vraag de AI-docent om hulp bij regels die blijven haken.
- 3Over op examenmodusMaak de volgende sets met dezelfde tijdsdruk als het echte examen. Zo merk je of je tempo goed genoeg is.
- 4Stabiel boven de grensHaal je in examenmodus steeds de slaaggrens met wat marge, dan kun je het examen met een gerust gevoel plannen.
Tip: Spreid je sets over meerdere dagen. Wat je na een paar dagen herhaalt, zit er op de examendag beter in.
Lichten en dagmerken herkennen op plaatjes
Lichten en dagtekens leer je het best met beelden, niet met lijstjes. Bij het examen staat vaak een plaatje bij de vraag, en in een digitale bijlage vind je de tekenafspraken, bijvoorbeeld hoe een klein zeilschip of een groot motorschip wordt getekend.
Denk aan een baggerwerktuig met aan de ene kant een rode bol en aan de andere kant twee groene ruiten. Of een zeilboot van 8 meter die 's nachts zeilt en tegelijk de motor gebruikt: welke lichten voert die? Vraag je bij elk plaatje af wat je als schipper ziet en wat je dan moet doen. Dan onthoud je het beeld samen met de handeling.
Op de examendag mag je antwoorden aanpassen en tussen de vragen heen en weer klikken. Twijfel je, sla de vraag over en kom er aan het eind op terug. Laat je telefoon uit, want werkende telefoons en andere zend- of ontvangstapparatuur zijn in de examenruimte niet toegestaan.
Tip: Teken een lastige voorrangssituatie eerst uit op het kladpapier dat je krijgt. Met pijltjes erbij zie je sneller wie van stuurboord komt.
Wat de Binnenvaartwet na je examen nog vraagt
Na het slagen kun je je vaarbewijs aanvragen, op voorwaarde dat je de minimumleeftijd van 18 jaar uit de Binnenvaartwet hebt. Je hebt daarnaast een Gezondheidsverklaring recreatievaart nodig.
Met het Klein Vaarbewijs I vaar je op Nederlandse rivieren, kanalen en meren en op de Gouwzee. Welk vaarbewijs je precies nodig hebt, hangt ook af van de lengte en snelheid van je boot. Het vaarbewijs van het CBR geldt automatisch als ICC, het International Certificate of Competence voor binnenwateren, dat je in veel Europese landen nodig hebt.
Wil je later ook het IJsselmeer, de Waddenzee of de Westerschelde op, dan heb je voor het Klein Vaarbewijs 2 dit examen eveneens nodig. Wat je nu oefent, gebruik je dan opnieuw. Leg die basis goed en maak vandaag je eerste set.
Wat zit er in deze training voor Klein Vaarbewijs I
Over het examen voor Klein Vaarbewijs I
Theorie-examen Klein Vaarbewijs 1 (KVB1)
Voor je Klein Vaarbewijs I doe je bij het CBR het theorie-examen KVB1. Een praktijkexamen is er niet. Je doet alleen deze theorietoets, op de computer. Ben je geslaagd, dan kun je vanaf 18 jaar je vaarbewijs aanvragen, mits je een Gezondheidsverklaring recreatievaart hebt. Wil je later het Klein Vaarbewijs 2 halen? Dan heb je het KVB1-examen ook nodig.
Examenvorm
Theorie-examen op de computer op een examenlocatie van het CBR
Aantal vragen
40 vragen: vooral meerkeuzevragen, daarnaast sleepvragen en hotspotvragen
Puntentelling
Elke vraag levert 1, 2 of 3 punten op. In totaal zijn er 80 punten te halen.
Slaaggrens
56 van de 80 punten (70%)
Examenduur
Je krijgt 60 minuten. Heb je extra tijd of individuele begeleiding nodig, dan kost dat geld en krijg je 15 minuten extra.
Hulpmiddelen
Het CBR geeft je kladpapier, een pen en een rekenmachine. Antwoorden mag je aanpassen. Ook mag je tussen de vragen heen en weer klikken.
Uitslag
Je ziet de uitslag direct op het scherm en je krijgt hem per e-mail. Hij blijft onbeperkt geldig.
Geldigheid vaarbewijs
Onbeperkt geldig, behalve bij een medische beperking
Voorwaarden pas
Minimaal 18 jaar en een Gezondheidsverklaring recreatievaart
Officiële bronnen
Bron: CBR, gecontroleerd op 13 oktober 2026.
€ 19,95
Vaarbewijs 1 Oefenexamens
10
400
40
70%
60 min
Ja
Direct online