BOA Samenvatting
-
1. Staatsrecht5 Onderwerpen
-
2. Rechterlijke Organisatie4 Onderwerpen
-
3. Het Wetboek van Strafrecht7 Onderwerpen
-
4. Materieel en Formeel strafrecht1 Onderwerp
-
5. Strafbaarheid en Strafuitsluiting4 Onderwerpen
-
6. Strafbare feiten door de ambtenaar begaan1 Onderwerp
-
7. Misdrijven tegen de ambtenaar begaan1 Onderwerp
-
8. (Buitengewoon) Opsporingsambtenaar3 Onderwerpen
-
9. De politie2 Onderwerpen
-
10. Bevoegdheden algemeen3 Onderwerpen
-
11. De verdachte2 Onderwerpen
-
12. Het verhoor1 Onderwerp
-
13. De raadsman2 Onderwerpen
-
14. Dwangmiddel persoonlijke vrijheid5 Onderwerpen
-
15. Dwangmiddelen lichamelijke integriteit2 Onderwerpen
-
16. Dwangmiddelen tegen voorwerpen1 Onderwerp
-
17. Dwangmiddelen m.b.t. plaatsen1 Onderwerp
-
18. Algemene Wet op het Binnentreden (Awbi)3 Onderwerpen
De verdachte is de persoon waartegen vanuit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaan.
Het vermoeden van schuld bestaat uit verschillende factoren:
- De concrete factor = uit feiten of omstandigheden
- De objectieve factor = redelijk vermoeden van schuld(ook in de ogen van anderen)
- De specifieke factor = het betreft enig strafbaar feit.
Bij het begin van het strafproces is zekerheid nog geen vereiste. Een concreet of redelijk vermoeden van schuld is voldoende om iemand als verdachte aan te merken van het strafbare feit. Verder onderzoek moet uitwijzen of de verdachte de dader is. Vanaf dat moment wordt als verdachte aangemeld tegen wie de vervolging is gericht. De rechter wordt dan bij de zaak betrokken. Dit gebeurt alleen wanneer de OvJ of rechter-commissaris vordert onderzoek te doen in een zaak, de OvJ een bevel tot bewaring vordert bij de rechter-commissaris of wanneer er een dagvaarding wordt uitgebracht.