Les Voortgang
0% Voltooid

Elise (32 jaar) merkt voor het eerst in haar leven dat ze een behoorlijk bedrag per maand overhoudt van haar salaris. Voorheen ging haar geld op aan het aflossen van haar studieschuld en de maandelijkse hypotheeklasten. Tijd voor Elise om alles eens goed op een rijtje te zetten en te bekijken wat haar mogelijkheden zijn op financieel gebied. Een beetje hulp kan ze hierbij best gebruiken. 

Doelen

Iedere huishouding heeft doelen. Maar niet alle doelen hebben dezelfde prioriteit. In deze paragraaf delen we de doelen van de consumentenhuishouding in naar: 

  • noodzakelijke doelen 
  • streefdoelen 
  • wensdoelen 

Een klant maakt een analyse aan de hand van een lijst met al zijn doelen. Dat wil zeggen dat hij zijn doelen onderverdeelt naar noodzaak, streven en wensen. Door deze onderverdeling kan hij snel bepalen welke prioriteit hij die doelen moet geven. Dit is de volgorde van belangrijkheid en daarmee van prioriteit: 

  • Noodzakelijk doel Onder noodzakelijke doelen vallen de kosten voor de eerste levensbehoefte, zoals een woning en levensonderhoud. Bij het realiseren van noodzakelijke doelen is het niet verstandig om veel risico te nemen, gezien het belang van het bereiken van het doel. Denk hier bijvoorbeeld aan: aflossen van schulden, vermijden van een acuut liquiditeitstekort, levensonderhoud voor de oude dag of van een nabestaande. 
  • Streefdoel Streefdoelen zijn die doelen die de klant graag wil bereiken om zijn leven, naast de eerste levensbehoeftes, prettiger te maken. Denk hierbij aan vermogens opbouw zodat eerder gestopt kan worden met werken of aan het onderbreken van de loopbaan om te gaan studeren of om kinderen op te voeden. 
  • Wensdoel Wensdoelen zijn luxe of ‘extra’s ‘, zoals vakanties, een tweede woning of het schenken van een bedrag aan kinderen. 

Zijn de doelen bekend, dan moet worden bekeken hoe deze gefinancierd kunnen worden. 

Persoonlijk of vreemd vermogen

Doelen kunnen gefinancierd worden vanuit persoonlijk vermogen of vanuit vreemd vermogen. 

  • Persoonlijk vermogen Persoonlijk vermogen is het verschil tussen bezittingen en schulden van de particuliere huishouding. Een positief persoonlijk vermogen betekent dat er meer bezittingen zijn dan schulden. Bij een negatief persoonlijk vermogen zijn er meer schulden dan bezittingen. Persoonlijk vermogen kan bestaan uit liquide middelen en belegde middelen. Onder liquide middelen valt het persoonlijk vermogen dat eenvoudig (zonder veel moeite) te liquideren valt. Liquideren is het te gelde maken van een belegging. Bij belegde middelen is er wel een geldwaarde, maar deze middelen zijn niet direct beschikbaar voor de financiering van het doel. 

Voorbeeld liquideren persoonlijk vermogen
José heeft een spaarrekening met een saldo van €15.000 en een aandelen portefeuille met een waarde van €20.000. Daarnaast bezit zij een stukje grond met een waarde van €45.000. 

De spaarrekening en de aandelenportefeuille zijn eenvoudig te liquideren. Dit in tegenstelling tot het stukje grond dat alleen door verkoop, en dus niet zo makkelijk, gecasht kan worden. 

De klant kan een positief persoonlijk, ook wel eigen vermogen, opbouwen door minder uit te geven dan hij aan inkomsten heeft. Hiermee bouwt hij een overschot op waarmee hij zijn doelen kan financieren. Bij de wijze waarop het overschot wordt opgebouwd, kan onderscheid gemaakt worden tussen:

  • Financiële zekerheid 
    Vermogen opbouwen voor financiële zekerheid is sparen vanuit het zekerheids motief. Dit wordt ook wel zekerheidsparen of lastenegalisatie genoemd. Bij lasten egalisatie worden overschotten weggestreept tegen eventuele tekorten. De ene maand heeft de klant een overschot, de andere maand een tekort. Met het overschot van die ene maand, vult de klant het tekort van een andere maand aan. Bij zekerheidssparen wordt van een overschot een deel gereserveerd waarvan de klant alleen in uiterste noodzaak gebruik wil maken. 

Voorbeeld zekerheidssparen
Joop houdt maandelijks €500 over van zijn salaris. Van dit bedrag laat hij €250 op zijn betaalrekening staan voor als de wasmachine kapot gaat. De andere €250 zet Joop op een spaarrekening. Deze rekening wil Joop alleen gebruiken in uiterste nood. 

  • Consumptief doel 
    Als de klant een consumptief doel heeft, dan spaart hij heel bewust voor een bepaald doel. De klant weet welk bedrag hij op welk tijdstip nodig heeft en wanneer hij het doel wil bereiken. Bij de berekening of het uiteindelijke doel gehaald kan worden, kan gebruik gemaakt worden van een liquiditeitsplan. Een liquiditeitsplan verschaft inzicht in de te verwachte uitgaven en het bedrag dat de klant moet sparen om het doel te bereiken. De klant moet dan goed weten wat zijn huidige inkomsten en uitgaven zijn. Het is dan handig om, voordat het liquiditeits plan wordt opgesteld, een kasstroomoverzicht bij te houden. Een kasstroomoverzicht is een ander woord voor huishoud- boekje. Door een maand of 3 een huishoudboekje bij te houden heeft een klant een goed inzicht in zijn inkomsten en uitgaven. 

In een liquiditeitsplan kan natuurlijk ook rekening worden gehouden met:

  1. de gemiddelde stijging van de uitgaven
  2. de gemiddelde stijging van de inkomsten
  3. de te verwachten incidentele loonstijgingen of inkomensverandering 

Een vermogensplan laat zien op welke manier dit het beste gefinancierd kan worden. 

Een liquiditeitsplan laat zien hoeveel geld er op een bepaald moment nodig is voor het te realiseren doel. 

  • Levensreserve 
    Levensreserve is een ander woord voor vermogensopbouw om een daling van inkomen te kunnen opvangen. Sparen voor de oude dag bijvoorbeeld, wanneer op pensioendatum het inkomen achteruit gaat. Bij levensreserve gaat het vaak om een behoorlijke reserve. Er is dus sprake van vermogensparen of sparen vanuit het vermogensmotief. Op het moment dat de klant de levensreserve gaat aanspreken, kan hij dat doen op 2 manieren:
  • Interen 
    Bij interen neemt de klant meer geld op dan aan vermogensgroei op de levensreserve plaatsvindt. Het vermogen neemt geleidelijk af: teert in.
    • Rentenieren 
      Bij rentenieren neemt de klant nooit meer op dan het rendement op de levensreserve. Hierdoor blijft de levensreserve minimaal gelijk of groeit. 

Rentenieren of interen tijdens de onttrekkingsfase 

  • Vreemd vermogen
    Veel doelen kunnen gefinancierd worden met vreemd vermogen. De klant leent het geld voor zijn doel bij een geldverstrekker. Hierdoor ontstaat een schuld die moet worden afgelost, veelal met kosten en rente. Een doel financieren met vreemd vermogen is per definitie duurder dan een doel financieren 

Doelen die met vreemd vermogen gefinancierd kunnen worden zijn:

  • Acuut liquiditeitstekort 
    Overschrijden in een maand de uitgaven de inkomsten, dan ontstaat een liquiditeitstekort. Vaak is er dan behoefte aan kort vreemd vermogen om de eerste levensbehoeften aan te schaffen. De meeste banken houden hier al rekening mee door een bankrekening met een ‘rekening-courant- krediet’ aan te bieden. Dit wordt ook wel ‘rood staan’ genoemd. Het ‘rood staan’ biedt de klant de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode, debet te staan bij zijn bank.
  • Consumptieve lening 
    Bij grotere consumptieve bestedingen, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een auto, koelkast of nieuw bankstel, is een veel groter kapitaal nodig. De klant kan hiervoor een consumptief krediet aanvragen bij een geldverstrekker. De looptijd van dit soort leningen is meestal tussen de 24 en 72 maanden.
  • Toekomstig vermogen of inkomen 
    Ook bij zeer grote bestedingen, zoals de koop van een eigen woning, kan de klant een lening afsluiten. Dat kan een lening zijn die de klant in 30 jaar – groten deels – afgelost moet hebben. De klant mag in principe geen geld lenen voor zijn levensonderhoud of zijn oudedagsvoorziening. Dit is echter zeer theoretisch benaderd. De klant kan immers in de praktijk zijn creditcard gebruiken om zijn dagelijkse boodschappen te betalen. De reden waarom dit niet gewenst is, is dat de kans aanwezig is dat de klant steeds meer en meer gaat lenen om in zijn levensonderhoud te voorzien. En deze lening op enig moment niet meer valt af te lossen, zeker wanneer daar geen inkomsten meer tegenover staan. 

Om te bepalen of een klant zijn doel moet financieren met vreemd of persoonlijk vermogen kan hij een vermogensplan opstellen.